zaterdag 21 januari 2012

Een nieuw vocabulaire


Mooie vormen, mooie namen: tuingereedschap
Zo'n nieuwe hobby brengt ook een nieuw jargon met zich mee. Voor iemand met een bovengemiddelde interesse in taal is dat een leuke bijkomstigheid. Zo lees ik de Gamma-krant niet voor de aanbiedingen, maar vanwege de prachtige samengestelde woorden. Zuilventilatorkachel, mandenkast, accuschroefboormachine, plafondrenovatieplaat, tegelzaagtafel. Je wist niet eens dat die dingen bestonden en toch begrijp je in één keer wat er wordt bedoeld. Met sommig tuingereedschap is het net zo. Dan zoek je bijvoorbeeld een hulpmiddel om mooie rechte grasrandjes te maken, zeg maar een graskantafsteker. Blijkt dat ding echt zo te heten. Over de bladhark en de voegenkrabber kan ook geen misverstand bestaan. Met een beetje algemene ontwikkeling weet je ook nog wel wat een spade of een schoffel is. Maar dan wordt het lastiger: wat doe je bijvoorbeeld met een hak? En sommige woorden zetten je ronduit op het verkeerde been: met een krabber woel je de aarde los. Het mooiste woord tot nu toe vind ik het werkwoord tuinen. Dat doen mensen die een volkstuin bij onze vereniging hebben. Ik tuin, jij tuint, hij tuint. De Dikke van Dale geeft vier betekenissen van tuinen, waarvan als tweede 'tuinieren' met de toevoeging w.g. oftewel: weinig gebruikt. Nou, niet bij ons hoor, daar wordt wat afgetuind.



1 opmerking:

  1. Nou, op onze volkstuinvereniging wordt ook wat 'afgetuind'. Ik vond het tot nu toe altijd zo krom klinken, dat ik dacht dat het een eigen verzinsel van de niet-talige tuinders was. Ik weiger mijn activiteit 'tuinen'te noemen. Maar nu ik van jou hoor, dat zelf Van Dale het kent....

    BeantwoordenVerwijderen