woensdag 18 april 2012

De vier plagen

Ik zat op mijn knieën voor het tweede moestuinbed. Daar was inmiddels aardig wat ongewenst groen verschenen en het leek me goed om dat te verwijderen vóór het omspitten. Mijn idee was dat de grond losser zou worden als ik die eerst met mijn onkruidsteker te lijf ging, waardoor het spitten minder zwaar zou zijn. Vrolijk neuriënd begon ik aan dit monnikenwerkje toen buurvrouw L. kwam informeren hoe het ging. “Jij gaat wel heel degelijk te werk”, constateerde ze – nog net niet hoofdschuddend. “Ik heb een stuk gereedschap dat je misschien wilt uitproberen, dan ga je wat sneller.” En ze haalde de grelinette (een woelvork) uit haar schuurtje. “Kijk,” demonstreerde ze, “zo kun je grotere stukken tegelijk losmaken en uitschudden, en dan trek je het onkruid er veel makkelijker uit.” Dat moest ik toegeven. Het onkruid bleek ook veel dieper te wortelen dan die 20 cm die ik met mijn steker kon behappen. “Maar ook met de grelinette haal je die wortels er niet uit hoor, dat zit meters diep”, boorde L. mijn verwachting meteen de grond in. “We hebben hier vier plagen en daar blijf je altijd tegen vechten: zevenblad, heermoes, kweek en winde.” Dat zevenblad had ik al ontdekt en (afkloppen!) dat zie ik nu even niet meer. Met de heermoes was ik juist die middag op mijn knieën de strijd aangegaan. Kweek kende ik nog niet. “Daar staat dit bed vol mee, dat is dat gras met die lange wortels”, liet L. zien. En winde… is dat niet die zomerse plant met die mooie bloemen?
Twee van de vier plagen: heermoes
(die merkwaardige omhoogstekende stengels)
en kweekgras

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen