woensdag 30 mei 2012

Ontspannen

Tijdens de warme, droge periode eind mei heb ik de tuin een paar dagen aan zijn lot overgelaten. Ik ging een lang weekend weg en ik moet zeggen: het was heerlijk om ertussenuit te zijn en mijn aandacht op andere dingen te richten dan onkruid, gras en zaden. Het is tot nu toe een intensief jaar geweest – niet in de laatste plaats vanwege Het Project Volkstuin. Toen ik weer op de tuin kwam, wilde ik eerst eens (nog geheel in de vakantiemodus) rustig om me heen kijken. Maar bij de aanblik van de slappe courgetteplantjes en de naar lichtgeel neigende blaadjes van de peulgewassen ben ik eerst met de gieter naar de sloot gerend. Daarna heb ik met de camera in de hand (overeenkomstig de vakantiehouding) de tuin alsnog op mijn gemak bekeken en toen pas weer een strookje onkruid onder handen genomen – heel ontspannen, nog volledig in de vakantiestemming.

De paardenbloemen in het gras hebben plaatsgemaakt voor
klavertjes en boterbloemen. Leuk hoor, met al die hommels erop!
De pruimen zijn flink gegroeid
Ook met de appels gaat het goed
De "zwarte bes" blijkt een kruisbes te zijn! Grappige verrassing.
Andere leuke verrassing:
M&D hebben een regenton bezorgd
Mijn mooie boomspiegels groeien langzaam weer dicht
De bonen komen op en de jonge blaadjes zijn nog niet aangevreten!
De aalbessen beginnen rood te kleuren
Net als de aardbeien
Eentje was er al rijp en zat goed verstopt voor de vogels
- dus die was voor mij!

zaterdag 26 mei 2012

Het tuinbonenproject

Eind februari was ik opeens niet meer te houden. Overal om me heen - op de tuin, op Twitter, in weblogs - had iedereen het over eerste zaaisels. Ik was nog helemaal niet zover, maar kon het niet laten om ook een beginnetje te maken. De meeste bloggers schreven over tuinbonen, en gelukkig had ik uit de erfenis van de vorige huurster daarvan zaden liggen (bruine, ietwat verschrompelde gedroogde bonen - ja natuurlijk, wat had ik dan verwacht!?). Met mijn tot dusverre verzamelde tips en trucs dook ik mijn schuurtje in. Een eierdoosje (recycling, hoe duurzaam!), gevuld met de vruchtbare aarde die Vriend Mol omhoog had gebracht, zaden erin, beetje water erbij en een laagje plastic eroverheen (helaas, niet zo duurzaam), en afwachten maar.
De eerste week gebeurde er niets. Maar na de tweede week verschenen er warempel groene puntjes. Ik kon mijn geluk niet op! Ik deed maar wat met water geven. Dat wil zeggen: als ik weer eens op de tuin was en ontdekte dat de aarde bijna was verdroogd, schepte ik snel wat regenwater uit de emmer om dat probleem op te heffen. Het werkte, de tuinbonen groeiden door en werden te groot voor het eierdoosje.

Gebruikmakend van een volgende tip zette ik de jonge plantjes in een opgerolde krant, gevuld met biologische potgrond. Vanuit de gedachte: dan hoef ik geen plastic bakjes aan te schaffen en kunnen ze zó de grond in waar het papier composteert, maar dit was de eerste en meteen de laatste keer. Kranteninkt, hoezeer ook verbeterd in de loop der jaren, past toch niet echt in de bodem van een ecologische tuin en de wortels van de plantjes bleken helemaal te vergroeien met het papier. Maar het idee was leuk.

Toen ook het schuurtje te klein werd voor de plantjes (nou ja, de kast waar ze in stonden), moest ik buiten iets gaan creëren. De IJsheiligen waren bovendien voorbij, dus ook op de kalender was het tijd voor de volle grond. Deze tuinboonsoort kan 140 cm hoog worden, dus het moest iets met stokken worden. Met bewondering bekeek ik de constructies van de tuinders om me heen: met keurige latten, horizontaal, verticaal, diagonaal, bamboestokken, palen, gebonden, gespijkerd, gaas, netten, kooien... Ik keek weer in de erfenis van de vorige huurster, verzamelde alle lange stokken, touw en twee stukken gaas. Niet gehinderd door enige bouwtechnische kennis maakte ik er iets moois van. Windkracht 8 moet nog haalbaar zijn. De tuinboonplantjes mogen nu echt gaan klimmen.

woensdag 23 mei 2012

Experiment

If you can't beat them, join them. Dat moet zo'n beetje de gedachte zijn achter het maken van gier, vloeibare mest gemaakt van onkruid. Ik las erover in het geweldige boek 'Met mest en vork', waar ik binnenkort toch echt eens wat meer over moet schrijven. De auteurs van dat boek telen zelfs speciaal heermoes voor hun gier, maar dat is bij mij zoals bekend niet nodig... Dergelijke diepwortelende planten kunnen door die eigenschap ook diep uit de grond voedingsstoffen opnemen. Door er een aftreksel van te maken en dat in je tuin te gieten, kunnen de andere gewassen daarvan profiteren. Allerlei "onkruid" is geschikt: paardenbloem, brandnetel, zevenblad, kamille, duizendblad, valeriaan, kleefkruid, zuring - en heermoes bij uitstek, omdat het zwakke en schimmelgevoelige planten helpt en veel opbouwende krachten heeft. Twee planten die volgens het boek niet mogen ontbreken zijn smeerwortel en komkommerkruid. Da's nou jammer. De eerste heb ik (nog) niet en de tweede wil niet opkomen. Maar goed, een emmertje met ander geschikt groen had ik in een mum van tijd vol.


Steen erop, slootwater erbij en nu maar lekker in de zon laten staan tot het gaat stinken. (Naar een plaats uit mijn jeugd heb ik dit experiment dan ook "De stinkende emmer" gedoopt.)


Als dat zover is: overgieten in lege wasmiddelflessen en verdund met water (1:10) na zonsondergang bij de plantjes gieten en over je composthoop. Binnen enkele weken gebruiken en tot gebruik koel bewaren, bijvoorbeeld ingegraven op een schaduwrijk plekje. De onkruidresten uit de emmer niet wegdoen, maar in stukken gehakt op je composthoop gooien. Dubbel plezier van die ongewenste planten dus!

PS Mijn derde column "Bij de bodem beginnen" staat alweer een tijdje op Fabulous Food Fan.

zaterdag 19 mei 2012

Beginnersfouten

Het Grote Moment was aangebroken. De IJsheiligen waren voorbij – op de kalender althans, want een dag later was het in Twente nog min 7 op 10 centimeter boven de grond – en dus kon ik gaan zaaien in de volle grond! Vrijdagmiddag rond het middaguur werd de maanstand gunstig voor de wortelgewassen en dat zou het hele weekend zo blijven. In combinatie met de afnemende maan een perfect moment om mijn geprepareerde bed (dat van die veenmol) in te zaaien met wortel, ui (ja, heel ambitieus, geen plantui), venkelknol, rode biet en radijs. Ik ging nog meteen die vrijdag naar de tuin. Plechtig haalde ik het bakje met zaadzakjes tevoorschijn, knielde voor het bed en toen… Ja, en toen? Ik was zo druk geweest met spitten, schoffelen, wieden en paadjes aanleggen dat ik me helemaal niet meer had verdiept in hoe het daarna verder moet. Ik had dus gewoon geen idee hoe diep die zaadjes in de grond moeten, op welke afstand van elkaar, hoeveel zaadjes per gaatje of je de grond moet aandrukken en hoeveel water er dan overheen moet. Daar zat ik dan. Ik bestudeerde de verpakkingen. Maar een aanwijzing als “25x3cm” op het zakje van de zomerwortels hielp ook niet echt. Tja, toen had ik dus de keuze tussen eerst de kennis vergaren of door schade en schande wijs worden. Redelijk in lijn met deze hele volkstuinonderneming deed ik het laatste. Tevreden gaf ik het ingezaaide bed over aan moeder natuur. De volgende ochtend haalde ik mijn “Ecologisch tuinieren voor beginners” er alsnog maar even bij. De wortels heb ik véél te dicht op elkaar gezet en ook met de bietjes ben ik te enthousiast geweest. Die prachtige zaden (de mooiste die ik tot nu toe heb gezien) zijn namelijk “vruchtkluwen”, met elk gemiddeld drie zaadjes die je later moet uitdunnen. Nou ja, niet alles zal opkomen, dus dan kan ik het nog een beetje beter verdelen. Van de radijs heb ik toevallig de goede soort gezaaid (Cherry Belle; andere soorten zaai je beter vroeger in het seizoen), maar wel in het verkeerde bed. Radijs blijkt namelijk te behoren tot de koolgewassen... Ik denk er nu over om komende winter een boek te gaan schrijven: “Beginnersfouten in de moestuin”.

Amateuristisch of niet: het eerste bed is ingezaaid!


woensdag 16 mei 2012

De veenmol

“Heb je al eens een veenmol gezien?”, vroeg buurvrouw J., terwijl ze het bruine insect tussen haar vingers hield geklemd. Toevallig had ik net die week de eer gehad en had ik er een uur eerder eentje gefotografeerd. Ik was er niet zo van geschrokken als ik had verwacht. Die beesten waren bij mij namelijk aangekondigd als “prehistorisch” en “buitenaards”, maar zo erg is het nu ook weer niet. Een uit de kluiten gewassen krekel, met vooral een grote kop, twee voorpoten als graafmachines en twee typische uitsteeksels aan het achterlijf.
De veenmol, ware grootte: een paar centimeter
“Wat heb je ermee gedaan?”, informeerde J. Eh... gewoon weer in de aarde laten wegkruipen dus. Zelf is zij niet meer zo zachtzinnig met de veenmol, vertelde ze. Zeker niet sinds ze vorig jaar geen enkele aardappel had waar géén hapje uit was genomen. Vroeger bracht ze ze nog in een potje naar het bos, maar tegenwoordig vermorzelt ze die veelvraten onder haar schoen. Dit jaar was ze er al een stuk of tien tegengekomen. Ik hoopte eerlijk gezegd dat de twee exemplaren die ik in één week had gezien één en dezelfde zijn, want op Wikipedia las ik dat het vrouwtje wel 300 eitjes kan leggen. En dan kun je het echt wel schudden met je ondergrondse groenten, want veenmollen zijn echte omnivoren. Ze eten insecten, maar net zo lief jouw zorgvuldige gezaaide groenten. Dus waar is Vriend Mol nu ik hem nodig heb? Die lust die veenmollen rauw, maar sinds de molshopen in februari is er geen spoor meer van hem te bekennen. Ik moet het dus maar afwachten. Misschien valt het mee en moet ik er geen slecht voorteken in zien dat die beesten precies zaten in het bed dat klaarligt om er wortelgewassen in te zaaien…
De veenmol kan kennelijk niet goed tegen daglicht
en graaft zich als een speer weer in


zondag 13 mei 2012

Voor een mooie pruimenoogst

Er restte mij nog één snoeiklus dit voorjaar. Alle fruitbomen en –struiken moet je uiterlijk half maart snoeien (voordat de sapstromen in de boom weer op gang komen), behalve het zogeheten steenfruit. Dat zijn vruchten met een harde kern, zoals kers, abrikoos en pruim. Die mag je pas snoeien ná de bloesem, leerde ik van de bomenman van ons complex tijdens zijn snoeicursus. Mijn pruimenboom moest ik dus nog aanpakken. Op Koninginnedag zat deze nog stampvol prachtige witte bloemetjes (en lieveheersbeestjes), maar twee dagen later was daar geen spoor meer van te bekennen. Noch uitgebloeide bloempjes in de boom, noch witte blaadjes op het gras. Gewoon foetsie. Wellicht door de weersomslag op 1 mei? Wat nog meer opviel en mij meer verontrustte, waren de gaten die ik opeens overal in de blaadjes zag zitten. Was mijn pruim ten prooi gevallen aan een of ander insect, de kou…? Gelukkig komen inmiddels overal kleine groene ovaaltjes tevoorschijn, onmiskenbaar het voorteken van een mooie pruimenoogst! Maar goed, ik moest dus nog wel snoeien. Ik wachtte op de afnemende maan (de sappen trekken zich dan terug uit de takken richting de boomwortels) en checkte mijn Moonplanner-app. Toen het “a good day” was voor “trimming trees and bushes” haalde ik de takkenschaar en –zaag uit de schuur. Het handige van snoeien na de bloei is dat je goed ziet waar de dode takken zitten. Het pijnlijke van snoeien na de bloei is dat je ook precies ziet hoeveel potentiële pruimen je uit de boom haalt om andere de ruimte te geven. Snoeien is dan ook denken op lange termijn – niet in kwantiteit, maar in kwaliteit: beter tien heerlijke sappige vruchten dan honderd miezerige smakeloze exemplaren.

Prachtige pruimenbloesem op 30 april

 
O jee, wat betekenen die gaatjes?
Gelukkig, er verschijnen toch overal pruimpjes


Het snoeiafval, dit worden dus geen pruimen meer...

woensdag 9 mei 2012

Vier dagen later

Of eigenlijk maar twee. Want maandagavond na het werk ben ik speciaal nog even naar de tuin gefietst om paardenbloemen te plukken voordat het zaadbollen zouden worden. En dat nadat ik zaterdag met een intensieve maaisessie al een poging had gedaan de pluizen te snel af te zijn. Maar deze waren mij toch maar weer mooi voor!
Medetuinder G. vertelde me even later dat zij in haar eerste jaar bij het wieden het gevoel had dat het onkruid achter haar rug weer opkwam zodra ze zich had omgedraaid. "Maar dit jaar heb ik het onder controle." Ze zit er inmiddels vijf jaar.

Gelukkig komt er meer op. In mijn geïmproviseerde potjes (geen idee hoeveel water erbij moet) in een eenvoudig broeikasje (geen idee wanneer die ventilatiegaten open moeten) komt de eerste courgette op. En dat ook na vier dagen!
In geval van calamiteiten mag ik een courgetteplantje bij G. komen halen, die nog over heeft. "Aan twee planten heb je meer dan genoeg", doceerde ze. "Ik heb afgelopen weekend net de laatste courgettesoep van vorig jaar uit de vriezer gehaald."

zondag 6 mei 2012

Nieuw grasbeleid

In een eerder stadium had ik besloten mijn gras een mooi weidebloemenveldje te laten worden. Het is hier immers de Keukenhof niet. Ik werd bevestigd in mijn keuze toen ik las dat paardenbloemen veel insecten aantrekken. En die zijn natuurlijk zeer welkom in mijn fruitbomen in datzelfde grasveldje. Ik zou gewoon de bloemen plukken voordat de pluizenbollen uiteen zouden waaien naar de tuinen van de buren, dat leek me een prima beleid. Echter, er kwamen er wel steeds méér. Daar viel bijna niet tegenop te plukken. Maar wat de doorslag gaf tot een beleidsherziening was het prehistorische (en dus onverwoestbare) groen dat heel geniepig overal in het gras opduikt. Nu moet je er nog voor op de grond gaan liggen om het te zien (zie foto), maar leer mij dat heermoes kennen. Tijd om de handleiding van de motormaaier te bestuderen!
Voordat ik aan de instructies van de maaier toekwam, moest ik mij eerst door een hele reeks waarschuwingen heen worstelen. Draag geen open schoenen! Pas op met dassen en foulards! Bind losse haren vast! Maai niet als er dieren of andere personen, met name kinderen, in de buurt zijn! Toen ik die had gehad, kwam er nog een hele trits voorschriften. Het mes moet geslepen worden, het luchtfilter moet schoon zijn – juist wel of juist niet in een sopje, daar wil ik vanaf zijn. De geluiddemper moet schoon zijn. Wel met water, niet met sop, en de binnenkant alleen met perslucht schoonblazen – als ik het goed heb onthouden. Er moet zowel olie als benzine in. En die mag er dan weer niet langer dan een maand in zitten. (De maaier staat al zeker een half jaar ongebruikt en met een bijna volle tank in mijn schuurtje.) De moed zonk me in de schoenen. Zo’n gevaarlijk ding en dan ook nog zoveel onderhoud. Ik overwoog hem op Marktplaats te zetten en een handmaaier uit de werkschuur te gaan halen. Maar ja, de vorige huurster had hem toch niet voor niets gekocht!
Ik plaatste het gevaarte op het gras, zette de ene hendel in de versnelling, haalde de andere hendel naar me toe en trok aan de startkabel. Niets. Misschien wat harder trekken. Nog niets. Nog harder dan. Een heel klein prutteltje, maar verder niets. Na nog een stuk of vijftien verwoede pogingen had ik twee sneeën in mijn vingers van de startkabel (zelfs hierbij moet je dus handschoenen aan), het lipje van de startkabel afgebroken, pijn in mijn arm en het hele ding in gedachten alweer op Marktplaats gezet. Toen verscheen de redder in nood: buurvrouw Y. Die had de vorige huurster ook met het ding zien worstelen. Ha! Het ligt dus niet aan mij. Met een air van “laat mij maar even” deed Y. twee pogingen. En ja hoor, de motor sloeg aan. Oh! Het ligt dus toch aan mij. Opgelucht maaide ik mijn hele veldje. Waarbij de spierpijn overigens flink toenam, want echt lekker handzaam en wendbaar is dat ding niet. En een herrie en een stank! Hoewel ik daar wel een verklaring voor kan bedenken. Want bij de laatste meters zag ik dat de machine nog steeds in de versnelling stond…

Tevreden met het resultaat. Nu elke week
dat ding aan de praat zien te krijgen...
 PS Trek in een Mexicaanse salade? Lees mijn recept op Vegatopia.

woensdag 2 mei 2012

Rood met zwarte stippen

Hoewel ik van alles te melden heb over mijn eerste zaaisel (het gaat goed!) en het eerste maaisel (zonder kleerscheuren een net grasveldje!), wil ik eerst iets laten zien wat me afgelopen maandag trof. Voor het idee had ik op 30 april een oranje shirt aangetrokken, maar uiteindelijk heb ik alle vrijmarkten en kermissen gelaten voor wat ze waren om in de tuin te profiteren van de mooiste dag van de maand. Ik had mijn spiegelreflexcamera meegenomen - normaal volstaat mijn telefoon - om close-ups van de bloesem te maken vóór die over het hoogtepunt is. Door de zoeker zag ik niet alleen de roze-witte bloempjes, maar ook het rood met zwarte stippen van een lieveheersbeestje. Grappig, dacht ik, die mag er wel bij op het plaatje. Toen ik even verder keek, zag ik dat overal in de fruitbomen en -struiken lieveheersbeestjes te vinden zijn. Op hun korte pootjes struinen ze de takken, de blaadjes en de bloemetjes af. (Ik hoop dat ze daarbij alle potentiële vijanden van mijn toekomstige fruit opvreten.) En als ze onderweg een soortgenoot van het andere geslacht tegenkomen, maken ze even tijd voor elkaar...



De ene appelboom


De pruimenboom


De zwarte bes (nu nog groen)

En nogmaals de pruimenboom