zaterdag 26 mei 2012

Het tuinbonenproject

Eind februari was ik opeens niet meer te houden. Overal om me heen - op de tuin, op Twitter, in weblogs - had iedereen het over eerste zaaisels. Ik was nog helemaal niet zover, maar kon het niet laten om ook een beginnetje te maken. De meeste bloggers schreven over tuinbonen, en gelukkig had ik uit de erfenis van de vorige huurster daarvan zaden liggen (bruine, ietwat verschrompelde gedroogde bonen - ja natuurlijk, wat had ik dan verwacht!?). Met mijn tot dusverre verzamelde tips en trucs dook ik mijn schuurtje in. Een eierdoosje (recycling, hoe duurzaam!), gevuld met de vruchtbare aarde die Vriend Mol omhoog had gebracht, zaden erin, beetje water erbij en een laagje plastic eroverheen (helaas, niet zo duurzaam), en afwachten maar.
De eerste week gebeurde er niets. Maar na de tweede week verschenen er warempel groene puntjes. Ik kon mijn geluk niet op! Ik deed maar wat met water geven. Dat wil zeggen: als ik weer eens op de tuin was en ontdekte dat de aarde bijna was verdroogd, schepte ik snel wat regenwater uit de emmer om dat probleem op te heffen. Het werkte, de tuinbonen groeiden door en werden te groot voor het eierdoosje.

Gebruikmakend van een volgende tip zette ik de jonge plantjes in een opgerolde krant, gevuld met biologische potgrond. Vanuit de gedachte: dan hoef ik geen plastic bakjes aan te schaffen en kunnen ze zó de grond in waar het papier composteert, maar dit was de eerste en meteen de laatste keer. Kranteninkt, hoezeer ook verbeterd in de loop der jaren, past toch niet echt in de bodem van een ecologische tuin en de wortels van de plantjes bleken helemaal te vergroeien met het papier. Maar het idee was leuk.

Toen ook het schuurtje te klein werd voor de plantjes (nou ja, de kast waar ze in stonden), moest ik buiten iets gaan creëren. De IJsheiligen waren bovendien voorbij, dus ook op de kalender was het tijd voor de volle grond. Deze tuinboonsoort kan 140 cm hoog worden, dus het moest iets met stokken worden. Met bewondering bekeek ik de constructies van de tuinders om me heen: met keurige latten, horizontaal, verticaal, diagonaal, bamboestokken, palen, gebonden, gespijkerd, gaas, netten, kooien... Ik keek weer in de erfenis van de vorige huurster, verzamelde alle lange stokken, touw en twee stukken gaas. Niet gehinderd door enige bouwtechnische kennis maakte ik er iets moois van. Windkracht 8 moet nog haalbaar zijn. De tuinboonplantjes mogen nu echt gaan klimmen.

2 opmerkingen:

  1. Dag Judith, misschien een tip voor volgend jaar: tuinbonen zijn taaie rakkers en kunnen (anders dan gewone bonen) flink wat vorst verdragen. Het makkelijkst is ze rond 20 februari (na een nachtje voorweken in wat water) met circa 20 bonen tegelijk in een grote pot/bak van zo'n 30 à 40 centimeter voor te zaaien. Als de plantjes dan zo'n 10 centimeter hoog zijn kun je ze uitplanten, door ze voorzichtig uit elkaar te trekken. Erg lange hoofdwortels kun je wat inkorten. Van klimmende tuinbonen heb ik nog niet gehoord en lijkt me ook niet erg handig, want als de planten circa 60 centimeter hoog zijn moet je de toppen er uit knijpen om te zorgen dat de bonen rijp worden en om zwarte bonenluis voor te zijn. Misschien dat je nu tegen de andere stokken nog wat stokbonen (klimmende bonenrassen) kunt zaaien; het frame is er prachtig voor.
    Succes, groetjes, Monique

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hallo Monique,
      Bedankt voor je informatie en je tips! Ik heb een herinnering in mijn agenda gezet op 20 februari 2013. De plantjes hebben nu best lang in mijn schuurtje gestaan en eentje zat vol met zwarte beestjes; ik denk die luis waar jij het over hebt. Dat plantje heb ik maar weggedaan :-( Bij het frame heb ik ook gezaaid: capucijners, rijsdoperwten en bonen (beetje onduidelijk welke soort, ik denk sperziebonen), dus ik ben erg benieuwd wat er allemaal gaat groeien - en hoe. Ik kom er nog wel op terug in een volgende tuinblog!
      Groetjes, Judith

      Verwijderen