woensdag 25 juli 2012

Geestverwanten

Eigenlijk mag ik van mezelf even geen boeken meer kopen. “Je hebt nog een hele berg half- of zelfs ongelezen exemplaren liggen die je ook zo graag wilde hebben!”, zegt een vermanend stemmetje in mijn hoofd. Maar toen ik voor de derde keer langs de stapel Met mest en vork in de Natuurwinkel liep, ging ik overstag. En het moet gezegd, dit boek ben ik ook echt metéén gaan lezen! Want dit is het boek dat ik zelf had willen maken. De schrijfster en de fotografe nemen je mee door twaalf maanden werken en genieten in, en eten uit de moestuin.

Zo’n tien jaar geleden verruilden de twee vrouwen de binnenstad van Haarlem voor een boerderij met een flinke lap grond in Groningen. Dat toverden ze om tot een waar paradijs, met bomen, bloemen, beesten – en groenten en fruit dus. Het moet ze bloed, zweet en tranen hebben gekost, maar daar laten ze niet zoveel van zien. En zo is elke bladzijde een stukje paradijs, met prachtige foto’s en tips en trucs om dat zelf ook voor elkaar te krijgen. Het zou mijn verhaal mogen zijn, maar dan met een leuke man in Drenthe ofzo.
De eerste tip uit het boek heb ik al toegepast in mijn tuin, dat was de zelfgemaakte gier. Aan andere tips en de recepten ben ik nog niet toegekomen. Die laatste bieden overigens ook veel vegetariërvriendelijke varianten, al moet je er intussen wel tegen kunnen dat de dames hun eigen haantjes braden.
PS Lees ook deze twee nieuwe publicaties van mij:


Geen opmerkingen:

Een reactie posten